logo DAP Kennemerland
Wormen bij paarden

Paarden kunnen besmet zijn met verschillende soorten wormen. Niet al deze wormen zorgen voor dezelfde problemen. Maagdarmwormen maken zowel buiten het dier, als in het dier een ontwikkeling door. Het eindstadium is een volwassen worm, die zich in het maagdarmkanaal bevindt. Soms veroorzaken de volwassen wormen inwendige schade bij het paard, maar meestal zijn het de larven die tijdens de ontwikkeling tot volwassen worm de meeste inwendige schade bij uw paard veroorzaken. Over het algemeen geldt dat jonge paarden en oude paarden gevoeliger zijn voor maagdarmwormen. Deze groepen hebben een hogere kans op problemen ten gevolge van maagdarmwormen.

De meestvoorkomende maagdarmwormen zijn de kleine bloedworm (Cyathostominae spp.), de larvale stadia van de grote bloedworm (Strongylus vulgaris), de spoelworm (Parascaris equorum), de lintworm (Anoplocephala perfoliata), de veulenworm (Strongyloides westeri).


Het mestonderzoek

Mestonderzoek kan worden uitgevoerd ter preventie van/ bij gezondheidsklachten. Met behulp van het mestonderzoek is het mogelijk het juiste ontwormingsmiddel voor uw paard te kiezen. Door gericht met het juiste middel te ontwormen verlagen we de infectie druk. Een ander voordeel van het ontwormen is dat we hiermee het onnodig gebruik van ontwormingsmiddel voorkomen en daarmee zoveel mogelijk resistentie van wormen tegen het middel proberen te voorkomen. 
Gezondheidsklachten kunnen zijn:
  • Vermageren
  • Koliek
  • Diarree
  • Verminderde eetlust
  • Lusteloosheid
  • Dorre vacht
  • Verminderde weerstand
Alle paarden zijn vaak in meer of mindere mate besmet met wormen. Hierdoor bouwen ze hun eigen immuniteit op. Om de besmetting laag te houden adviseren wij om minimaal 2 keer per week de mest te verwijderen uit de wei en om in het voorjaar en in de zomer mest onderzoek te laten doen. Het eerste mestonderzoek adviseren wij te doen voordat de paarden de wei op gaan, indien ze het jaar rond op de wei staan dan is het verstandig om het onderzoek in de maand maart te laten doen. In het najaar en de winter gaan sommige wormen in een soort winterslaap en scheiden ze geen eieren uit. Dit kan een vals negatieve uitslag geven. Mocht het paard in deze periode gezondheidsklachten vertonen en u vermoedt dat wormen een rol spelen overleg dan met de dierenarts.

Inleveren van mest voor mestonderzoek

  • Zo vers mogelijke mest, niet ouder dan 24 uur
  • Koel bewaren, < 7 graden in de koelkast
  • 2 mestballen is voldoende, luchtdicht verpakt in een plastic zakje met de naam van het paard erop
  • De mest mag niet in contact zijn geweest met de grond, mestballen van bovenop de hoop is het beste in verband met een bodembesmetting
  • Mest graag langs brengen tussen 8.00 uur en 17.00 uur
  • Indien u meer dan 10 mestmonsters heeft graag van te voren even bellen