logo DAP Kennemerland
 
Castratie van de hengst


In Nederland worden jaarlijks vele tienduizenden veulens geboren. Ongeveer de helft daarvan is van het mannelijk geslacht. Slechts een klein gedeelte van deze dieren krijgt de kans zich als dekhengst te bewijzen in de fokkerij. Het overgrote deel zal gebruikt worden in de sport of voor recreatieve doeleinden, en hierbij is het voortdurend uiten van hengstengedrag vaak lastig. Dit gedrag wordt veroorzaakt door het mannelijk geslachtshormoon testosteron, dat gemaakt wordt in de testikels (de zaadballen). Het doel van de castratie is daarom niet zozeer het uitschakelen van de zaadproduktie, maar vooral het uitschakelen van de produktie van testosteron. Dit betekent dat beide testikels volledig verwijderd worden.

Wanneer castreren?

Het meest geschikte moment om een hengst te castreren wordt door meerdere factoren bepaald.
Soms is de verwachtingswaarde van de hengst op grond van zijn bloedlijn, exterieur en eigen prestatie zodanig, dat de eigenaar eerst wil afwachten of het dier goedgekeurd wordt als dekhengst.
Door het dier langer hengst te laten, kunnen sommige exterieurkenmerken zich beter ontwikkelen (zwaardere bespiering, meer hals). Wanneer dit een overweging dan wel een wens van de eigenaar is, zal het dier op latere leeftijd (drie of vier jaar) gecastreerd moeten worden. Testosteron remt de lengtegroei van de botten. In theorie wordt een jong gecastreerde hengst dus hoger dan wanneer hij langer hengst gebleven zou zijn. In praktijk blijkt het verschil zo minimaal dat vroeg castreren bij een hengst die verwacht wordt te klein te blijven, vrijwel geen effect heeft op de uiteindelijke schofthoogte.

Afhankelijk van de gekozen castratiemethode kan ook het seizoen van invloed zijn op het moment van castreren. Dit is vooral van belang wanneer er een castratiemethode gebruikt wordt waarbij de operatiewonden niet gesloten worden. Het voorjaar is dan de beste tijd. De weiden staan vol met gras en er zijn veel minder vliegen dan in de zomer. Dit betekent dat het paard direct na de castratie in een schone omgeving is, waar het dier kan herstellen van de ingreep.
Soms wordt een hengst op erg jonge leeftijd, bijvoorbeeld als veulen van enkele maanden oud, gecastreerd. De operatie is dan weinig belastend en het veulen herstelt snel. Het dier groeit nadien echter minder goed uit (minder bespierd, minder hals) en zal wat ‘slungelig’ blijven.
In de praktijk komt het erop neer dat de meeste hengsten gecastreerd worden als ze een of twee jaar oud zijn.

De gebruikte techniek

Bij DAP Kennemerland kiezen wij ervoor de castratie liggend uit te voeren, dus onder algehele narcose. De castratie wordt in de wei uitgevoerd. De hengst krijgt eerst een sedatie in zijn bloed, en vervolgens een injectie met narcosemiddelen. Hierop gaat de hengst liggen, waarna hij een onderhoudsinfuus met narcosevloeistof aangekoppeld krijgt middels een infuusnaald in de hals. Met dit infuus kunnen we hem zo lang onder narcose houden als nodig is. De benen worden gekluisterd en uitgebonden voor veiligheid van de dierenarts en de omstanders en goed zicht op de testikels. Na wassen en lokaal verdoven, wordt de hengst halfbedekt gecastreerd. Dit wil zeggen dat het vlies dat om de testikels zit dat doorloopt naar de buikholte, ook mee wordt genomen in de ligatuur (de hechting) om de zaadstreng heen. Dit voorkomt dat er darmen via het scrotum naar buiten kunnen komen, want dit is een zeer ernstige complicatie. Na afhechten worden de testikels verwijderd en het infuus gestopt. De incisies in het scrotum blijven open, zodat eventueel gevormd vocht weg kan lopen de komende dagen.
Over het algemeen staat de hengst weer na vijftien minuten tot drie kwartier.

Benodigdheden voor de castratie:

1. Hengst, maximaal drie jaar oud (ponyhengsten kunnen ook ouder, bel eventueel van tevoren voor overleg naar de praktijk) in verband met sterke zwelling bij castratie van grote hengsten, die door de aanwezigheid van grote testikels dus ook veel wondreactie krijgen en daardoor een grotere kans hebben op complicaties.

2. De hengst dient correct gevaccineerd te zijn tegen influenza en tetanus. De laatste vaccinatie van de basisvaccinatie mag uiterlijk veertien dagen voor de operatie gegeven zijn, in verband met het anders aanwezige risico op het krijgen van tetanus.

3. Een schoon, droog weiland met genoeg ruimte om te gaan liggen en op te staan en afwezigheid van sloten dichtbij.

4. Twee schone emmers lauwwarm kraanwater in verband met desinfectie van de testikels.

5. Een handdoek om onder het hoofd te leggen ter bescherming van de ogen.

Nazorg

1. Het is het beste als de hengst de eerste veertien dagen na de operatie dag en nacht op een schoon weiland blijft. Zo heeft hij voldoende beweging, wat de wondzwelling verminderd, en de kans op ontsteking verkleint

2. De wond hoeft niet afgespoten te worden. Bij twijfel over de genezing, neem dan de temperatuur op van de hengst, en bel vervolgens met de praktijk. Over het algemeen geldt dat alle hengsten de dagen na de castratie een gezwollen koker en scrotum hebben. Als de hengst echter actief is en goed eet, is dit een normale zwelling die vanzelf verdwijnt

3. Houd de hengst nog zes weken apart van merries. In theorie kan een hengst nog een merrie bevruchten na castratie