logo DAP Kennemerland
Myxomatose en RHD

Myxomatose is een virusziekte die bij konijnen (en hazen) voorkomt. Eind negentiende eeuw is het virus ontdekt in Uruguay. Sindsdien is de ziekte het hele Amerikaanse continent over gegaan, om uiteindelijk ook bij ons in Europa te komen. In de jaren vijftig is het virus expres in Australië verspreid om de wilde konijnenpopulatie daar terug te dringen. Dit had een enorm effect. De weinige overgebleven konijnen zijn resistent en daardoor eist de ziekte niet veel slachtoffers meer onder de wilde konijnen. Het is in Australië nog steeds bij wet verboden om konijnen te laten enten, om verdere resistentie te voorkomen. Ook in Engeland is het virus bewust verspreid. Hier eist de ziekte nog steeds veel slachtoffers.

Het virus wordt overgedragen door insecten, wat betekent dat ook dieren die binnen worden gehouden ten prooi kunnen vallen aan de ziekte. De eerste symptomen zijn gezwollen oogleden en geslachtsorganen. Verder kunnen er huidtumoren en vieze gezwellen ontstaan. Het virus maakt de dieren erg ziek en is fataal voor bijna alle besmette (en niet gevaccineerde) dieren. Helaas moeten de konijnen vaak ingeslapen worden.

Een andere vervelende ziekte bij konijnen is de zogenaamde Rabbit Haemorrhagic Disease, ook wel Viraal Haemorrhagisch Syndroom genoemd. Ook dit is een virus, waarmee de konijnen via het voer of andere konijnen besmet kunnen raken. De incubatietijd (tijd tussen besmetting en ziek worden) is een tot twee dagen, waarna de dieren snel sterven. Vaak is bloed uit de neus het enige duidelijke symptoom. De ziekte komt gebiedsgewijs voor en is dan desastreus voor de konijnenpopulatie. Het enige wat je kunt doen is de dieren vaccineren!

Dierenartsenpraktijk Kennemerland houdt regelmatig een vaccinatiedag voor konijnen. Op die dag kunnen (na afspraak) de dieren gevaccineerd worden tegen beide ziekten. Wij doen dat op een georganiseerde dag omdat de entstof zeer kort houdbaar is. Daarom kunnen we door zoveel mogelijk dieren tegelijk te vaccineren de kosten beperkt worden. Ook krijgen de konijnen bij die gelegenheid een volledige gezondheids-check.

Indien u uw konijn wilt vaccineren, geef dit dan het liefst vroegtijdig aan via een telefoontje aan een van de assistentes. Zo kunnen we ervoor zorgen dat alle konijnen in het voorjaar gevaccineerd worden voor optimale bescherming tegen deze 2 ernstige ziektes!

Maden

In het voorjaar en in de zomer als het zonnetje weer lekker begint te schijnen, komen de vliegen weer tevoorschijn. Deze vliegen kunnen een madeninfectie veroorzaken bij een konijn. Dit komt vaak voor bij konijnen die wat te zwaar zijn, omdat ze zichzelf dan niet zo goed schoon kunnen houden. Ditzelfde geldt voor dieren die verkeerde voeding krijgen of die ziek zijn (diarree). Kijk daarom regelmatig de achterkant van uw konijn na om te zien of het geen resten ontlasting aan zijn of haar kontje heeft plakken.

Vliegen komen echter ook op vuile hokken af, dus het is verstandig het hok regelmatig schoon te maken.

Een madeninfectie is een levensbedreigende aandoening. Verschijnselen van onrust of juist sloom zijn en niet willen eten en drinken, kunnen wijzen op een infectie met maden. In dat geval kunt u het beste meteen naar de dierenarts.

Steriliseren of castreren

Cavia’s:

Beertjes (mannetjes cavia) zijn op de leeftijd van drie maanden vruchtbaar. De zeugjes (vrouwtjes cavia) kunnen al op een leeftijd van twee maanden vruchtbaar zijn.
Een beertje kan gecastreerd worden vanaf vier maanden. Na het castreren is hij nog wel zes weken vruchtbaar, dus als u een nestje wilt voorkomen is het verstandig om hem apart te houden van het zeugje.

Konijnen:

Rammen (mannetjes konijn) zijn vanaf een leeftijd van drie maanden vruchtbaar. U kunt uw ram ongeveer vanaf die leeftijd laten castreren. Ook voor het konijn geldt dat de ram tot zes weken na de castratie vruchtbaar is en dus apart gehouden moet worden van de voedster (vrouwtjes konijn).

Uw voedster kunt u het beste laten steriliseren op jonge leeftijd, het liefste voordat ze een jaar oud zijn. Dit om te voorkomen dat ze territoriumgedrag krijgen, last hebben van een schijnzwangerschap of een baarmoederontsteking krijgen.

Voeding

Belangrijk om op te letten is dat cavia’s en konijnen altijd moeten eten. Als hij of zij een dag niet eet, is dat meestal een teken dat het dier ziek is of gaat worden. Als u dit signaleert is het van groot belang dat u direct contact opneemt met de dierenarts. Het beste is om onbeperkt vers hooi te geven, hier zitten de vezels in die konijnen en cavia’s nodig hebben. Daarnaast kunt u biks bij voeren. Wij raden u aan om Science Selective te voeren. Dit is een ‘pelletvoer’, dat is een complete brok. Voordeel daarvan is dat het diertje er niet uit kan selecteren wat hij wel lekker vindt en de rest laat liggen. Met de brok krijgen ze alle benodigde voedingsstoffen binnen. Als standaard om aan te geven hoeveel biks het konijn of knaagdier mag hebben wordt twintig tot dertig procent van het lichaamsgewicht van het dier aangehouden.

Cavia’s kunnen geen vitamine C aanmaken. Aan het pelletvoer is dit al toegevoegd, ook kunnen vitamine C druppels of –poeder door het water worden gemengd.
Naast hooi en biks, kunt u ook wat groenvoer en fruit geven, maar in beperkte mate. Geef ook niet in een keer teveel, hiervan kunnen de dieren diarree krijgen. Het is niet verstandig om knaagstenen te geven, deze kunnen blaasgruis of blaasstenen veroorzaken.

Gebit

Bij mensen stopt het gebit met groeien. Bij konijnen en knaagdieren is dat echter niet het geval. Mocht uw konijn of knaagdier tanden of kiezen hebben die niet goed op elkaar aansluiten, kunnen ze niet goed op elkaar afslijten en groeien ze verder.

Wat zijn de symptomen van een slecht gebit?

• Kwijlen/natte kin
• Niet willen of kunnen eten
• Knarsetanden
• Afvallen
• Slechte vacht
• Dikte onder de kaak (abces)

In dat geval kunt u het beste een afspraak maken. Dan kan de dierenarts even in het bekje kijken of het gebit de oorzaak is van de problemen.

De dierenarts kan in sommige gevallen direct de kiezen en tanden vijlen, maar soms is het nodig om uw dier onder narcose te brengen.

Daarna is het van belang dat het dier zo snel mogelijk weer gaat eten, en dat hij blijft eten. Mocht uw dier na een tijdje weer slechter te eten, weet u wat de mogelijke reden kan zijn.